Financieel recht

ABN AMRO en ASR schieten tekort in hun informatieplicht

Onlangs heeft de Commissie van Beroep van het Kifid (het Klachteninstituut Financiële Dienstverlening) weer een tweetal relatief gunstige uitspraken gedaan voor woekerpolishouders[1]. Het betrof woekerpolissen van ABN AMRO en ASR. Het Kifid oordeelde dat zowel ABN AMRO als ASR tekortgeschoten waren in hun informatieplicht bij het afsluiten van de woekerpolissen.


Wat is een woekerpolis?

‘Woekerpolis’ is de benaming voor het soort beleggingsverzekering dat (met name) in de jaren ‘90 werd verkocht als een beleggingsproduct waarmee een enorm rendement zou kunnen worden behaald. Vaak werden deze beleggingsverzekeringen in combinatie met een hypothecaire lening verkocht of waren ze bedoeld als een pensioenvoorziening. In werkelijkheid ging echter een groot deel van de betaalde premie op aan kosten, premies voor een overlijdensrisicoverzekering en/of provisie van de assurantietussenpersoon. Het gevolg daarvan was dat er nauwelijks inleg overbleef om te beleggen, waardoor het voorspelde eindkapitaal vaak bij lange na niet kon worden behaald. Vrijwel geen enkele consument die destijds een woekerpolis afsloot, was zich van al deze kosten en inhoudingen bewust.

 

De Kifid uitspraken van 6 november 2017

In deze beide zaken waren de betreffende beleggingsverzekeringen ingegaan in 1999. Op dat moment waren de Riav 1998 (de Regeling informatieverstrekking aan verzekeringnemers) en de CRR 1998 (de Code Rendement en Risico, een gedragscode van het Verbond van Verzekeraars) reeds in werking getreden. Dit is van belang, omdat deze regelgeving verzekeraars voor het eerst expliciete voorschriften gaf met betrekking tot de informatieverstrekking aan consumenten voorafgaand aan het afsluiten van een beleggingsverzekering. De Commissie van Beroep oordeelde dat zowel ABN AMRO als ASR niet aan deze voorschriften hadden voldaan. Zo waren in de offerte geen voorbeeldkapitalen en geen gemiddeld historisch rendement opgenomen, was de hoogte van de beheerskosten die in rekening werden gebracht nergens genoemd en was er geen waarschuwing voor het risico van beleggen opgenomen. Ook was niet de vereiste duidelijkheid gegeven over de samenhang tussen doelvermogen, prognoserendement, brutopremie en de kosten die ten laste van het belegde vermogen zouden komen. Daarmee waren de verzekeraars tekortgeschoten in de op hen rustende informatieplicht.


Schadevergoeding

Nadat deze tekortkoming is vastgesteld, is de volgende hobbel die genomen moet of er hierdoor schade is geleden en hoe hoog die schade dan is. Want welke schade heeft de consument daadwerkelijk geleden doordat hij niet of onvoldoende is geïnformeerd over de in te houden kosten en de mogelijke gevolgen daarvan op het eindkapitaal? Daarvoor geldt dat een vergelijking dient te worden gemaakt tussen de hypothetische situatie waarin de verzekeraar wel aan haar informatieplicht zou hebben voldaan enerzijds en de werkelijke situatie anderzijds. Helaas voor de betreffende woekerpolishouders was de Commissie van Beroep van oordeel dat zij, ook indien zij deugdelijk waren geïnformeerd, zouden hebben gekozen voor een beleggingsverzekering van een ander type of een vorm van fondsbeleggen met een losse overlijdensrisicoverzekering. De kosten daarvan zouden niet of nauwelijks anders zijn geweest ten opzichte van de afgesloten beleggingsverzekering en dus zouden de consumenten geen of nauwelijks schade hebben geleden. Het vaststellen van de schade in dit soort zaken blijft daarom altijd een zeer lastig te nemen hobbel. Want hoe bewijs je achteraf, dat je destijds – zonder de kennis van nu – een andere keuze zou hebben gemaakt?

 

De uitspraken van zowel het Kifid als de ‘gewone’ rechter zijn daarnaast ook zeer casuïstisch en het blijft moeilijk hierin een bepaalde lijn te ontdekken. Van belang is met name om per zaak te kijken naar de periode waarin de beleggingsverzekering is afgesloten en welke regelgeving destijds van toepassing was. Daarnaast verschillen de beleggingsverzekeringen, de daarbij behorende offertes en ander informatiemateriaal per verzekeraar. De ene woekerpolis is de andere niet. Tot slot is ook de ene consument de andere niet en dient ook te worden gekeken naar de kennis en ervaring van de consument. Of te wel, een assurantietussenpersoon die een woekerpolis heeft afgesloten zal de verzekeraar in de regel minder makkelijk kunnen tegenwerpen dat hij niet op de hoogte was van de in te houden kosten, dan een consument zonder enige relevante kennis van zaken.

 

LEAN Lawyers heeft alle expertise in huis om je bij te staan bij geschillen rondom woekerpolissen. Graag adviseren wij je op maat over de door jou afgesloten beleggingsverzekering. Neem hiervoor contact op met Dries Beljon, Else van der Meulen, Sanita Meijer of Anneloes Schouten via 085 – 303 64 29.

[1] https://www.kifid.nl/fileupload/jurisprudentie/GCHB/2017/uitspraak_2017-035.pdf en https://www.kifid.nl/fileupload/jurisprudentie/GCHB/2017/uitspraak_2017-036.pdf